Buurtprofielen
Zo leest u gemeentelijke detailhandelscijfers voor uw buurt
Begin bij de vraag, niet bij de tabel. CBS StatLine heeft aparte datasets voor verschillende vragen.
Bepaal eerst welke vraag u met de cijfers wilt beantwoorden
Begin bij de vraag, niet bij de tabel. CBS StatLine heeft aparte datasets voor verschillende vragen. De tabel 'Vestigingen van bedrijven; bedrijfstak, gemeente' geeft aantallen vestigingen per bedrijfstak op gemeenteniveau; 'Bedrijven; bedrijfsgrootte en rechtsvorm' gaat over aantallen bedrijven naar bedrijfsgrootte, rechtsvorm en branche. Wie wil weten hoeveel winkels er in een gemeente staan, gebruikt de eerste tabel. Wie wil weten hoe die bedrijven zijn georganiseerd, en welke omvang en rechtsvorm ze hebben, gebruikt de tweede.
Schrijf voordat u gaat zoeken één regel op met vier keuzes: (1) welk getal u wilt weten, (2) de eenheid: vestigingen of bedrijven, (3) de branche-afbakening, (4) de periode. Die vier keuzes bepalen welke dataset u opent. Ze voorkomen dat u getallen uit verschillende tabellen vergelijkt die niet hetzelfde meten.
Belangrijkste cijfers voor detailhandel in een gemeente
- Tabel: Vestigingen per bedrijfstak (CBS)
- Aantal vestigingen per gemeente en SBI-klasse
- Tabel: Bedrijven per grootte en rechtsvorm
- Aantal bedrijven, gesplitst op omvang en juridische vorm
- Tabel: Tweedehands handel
- Vestigingen in de tweedehandssector
Bedrijf of vestiging: dat verschil bepaalt uw uitkomst
Een bedrijf kan op meerdere locaties actief zijn. De tabel 'Vestigingen van bedrijven; bedrijfstak, gemeente' telt de afzonderlijke vestigingen; de tabellen 'Bedrijven; bedrijfstak' en 'Bedrijven; bedrijfsgrootte en rechtsvorm' tellen de bedrijven. Een filiaalhouder met tien winkels in dezelfde gemeente komt in de vestigingentelling tien keer voor en in de bedrijven-telling één keer.
Voor een beeld van de winkelstructuur in een gebied zijn vestigingen doorgaans het bruikbare getal: elke vestiging is een pand, een winkelvloeroppervlak en een plek in de winkelstraat. Bedrijvencijfers zijn bruikbaar voor een ander doel: zien hoeveel organisaties achter die winkels zitten en hoe groot en juridisch vormgegeven ze zijn. Gebruikt u beide door elkaar, dan klopt uw uitkomst niet: een daling van het aantal bedrijven betekent niet automatisch minder winkels, en omgekeerd.
Vestigingen vs. bedrijven: wat is het verschil?
- Impact op cijferanalyse — Vestigingen weergeven fysieke aanwezigheid; bedrijven tonen organisatiestructuur
Baken detailhandel af met SBI-2008
CBS deelt bedrijven en vestigingen in volgens de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De datasetbeschrijving noemt branches/bedrijfstakken volgens SBI 2008. Welke klassen bij uw vraag horen, hangt af van wat u wilt meten. Selecteer de SBI-klassen die bij uw vraag passen en vermijd een te brede afbakening, zodat u niet iets anders meet dan de winkelstructuur in een gemeente.
Houd bij die selectie rekening met de toewijzingslogica: in de statistiek wordt een winkel met een gemengd assortiment doorgaans in één klasse ingedeeld, ook al verkoopt hij ook producten uit een andere branche. Tel de klassen dus niet op tot een exacte telling van 'de binnenstad', maar gebruik ze als afgebakende categorieën waarbinnen u over de jaren heen vergelijkt.
SBI-2008-klassen voor detailhandel (vooraf geselecteerde categorieën)
- Gewoon detailhandel (SBI 52.1)Winkels met algemeen assortiment
- Tweedehandshandel (SBI 52.2)Winkels met gebruikte goederen
- Speciaal detailhandel (SBI 52.3)Winkels met gespecialiseerd assortiment
Gemeentecijfers zijn geen buurtcijfers
De CBS-tabel met vestigingen per bedrijfstak is op gemeenteniveau opgebouwd. Er zit geen wijk-, buurt- of postcodecijfer in, en ook geen adres. U kunt er dus niet uit afleiden hoeveel winkels er in uw winkelstraat, uw wijk of uw kern staan. Eén gemeente kan een groot centrum, een paar wijkwinkelcentra en meerdere dorpskernen bevatten; het gemeentecijfer is het saldo daarvan en verbergt de onderlinge verschillen.
Voor een uitspraak over uw buurt hebt u naast het gemeentecijfer lokale bronnen nodig: het gemeentelijke omgevingsplan of bestemmingsplan (welke detailhandelsfuncties zijn toegestaan en waar), een door de gemeente bijgehouden winkelstraat- of leegstandsmonitor, en een eigen telling langs de panden, waarin u per adres noteert of het pand een detailhandelsfunctie heeft en of het leegstaat. Gebruik de CBS-tabel als kader voor de gemeente als geheel en de lokale bronnen voor de vraag of uw buurt van dat gemiddelde afwijkt.
Gebruik van gemeentecijfers voor buurtanalyse: voordelen en beperkingen
- Voordelen
- Kader voor de hele gemeente; vergelijkbaar over tijd
- Beperkingen
- Geen wijk- of buurtgegevens; verbergt lokale verschillen
Lees de status van de cijfers mee
Bij deze StatLine-tabel staat de status van de cijfers vermeld: de cijfers tot en met 2024 zijn definitief, de cijfers van de laatste twee jaren hebben een voorlopig karakter. Voorlopig betekent dat het beeld nog kan worden herzien wanneer later volledigere of gecorrigeerde gegevens beschikbaar komen.
Gebruik een voorlopig jaar daarom niet als eindpunt van een conclusie over uw buurt of gemeente. Vergelijk bij voorkeur de definitieve jaren met elkaar voor de trend en gebruik de voorlopige jaren alleen als indicatie van de richting. Wanneer u cijfers aanhaalt voor een besluit of een publicatie, noteer dan het jaar en de status erbij, zodat de lezer weet waarop het cijfer rust.
Status van CBS-cijfers: definitief vs. voorlopig
- 2024Cijfers tot en met — Definitief
- 2025Cijfers en 2026 — Voorlopig – kunnen worden herzien
Gebruik bedrijfsgrootte en rechtsvorm als achtergrond
De tabel 'Bedrijven; bedrijfsgrootte en rechtsvorm' geeft het aantal bedrijven naar bedrijfsgrootte, naar gedetailleerde rechtsvorm en naar branches volgens SBI 2008. Daarmee beschrijft u de structuur van de detailhandel in een gemeente: hoeveel bedrijven er zijn, in welke omvangklassen ze vallen (bijvoorbeeld zonder personeel of met personeel) en in welke rechtsvorm ze worden gedreven, zoals een eenmanszaak of een rechtspersoon.
Die structuur is bruikbaar als achtergrond bij het winkelaanbod. Een groot aandeel kleine bedrijven wijst op een aanbod dat vooral door zelfstandigen wordt gedragen; veel rechtspersonen wijzen op meer georganiseerde of ketenmatige bedrijfsvoering. Verbind hieraan geen buurtconclusie: de tabel zegt niets over de locatie van die bedrijven binnen de gemeente, en dus ook niet of die zelfstandigen in uw winkelstraat of elders zitten.
Vergelijk jaren en buurgemeenten zonder er een ranglijst van te maken
Voor een ontwikkeling over tijd houdt u de afbakening constant: dezelfde tabel, dezelfde SBI-klassen, dezelfde eenheid (vestigingen of bedrijven) en opeenvolgende jaren. Alleen dan is een verschil tussen twee jaren toe te schrijven aan verandering in de sector en niet aan een andere selectie. Houd daarbij de status van de cijfers in het oog, zoals beschreven bij 'Lees de status van de cijfers mee'; een verschil dat alleen in een voorlopig jaar zichtbaar is, is nog geen vastgestelde ontwikkeling.
Bij het vergelijken van naburige gemeenten loopt u tegen twee grenzen aan. Gemeentegrenzen zijn administratief en vallen niet samen met het verzorgingsgebied van een winkelgebied: een winkelcentrum op de rand van de gemeente trekt ook inwoners uit de buurgemeente, terwijl het in één gemeentelijk cijfer terechtkomt. Daarnaast kunnen grenswijzigingen of herindelingen de reeks van een gemeente onderbreken; controleer daarom of de gemeente in beide jaren dezelfde is voordat u twee jaren tegen elkaar wegzet.
Gebruik de vergelijking om richting en orde van grootte te zien: groeit of krimpt het aantal vestigingen in de detailhandel in deze gemeente, en wijkt dat af van wat er in de buurgemeenten gebeurt? Een ranglijst van gemeenten op één cijfer voegt daar niets aan toe en verbergt bovendien dat een gemeente met veel vestigingen niet per definitie een sterkere winkelstructuur heeft dan een kleinere buurgemeente.

